
De geest van de heks
19/09/2025
Het wonder van Madonna di Santa Maria
20/09/2025De nachtelijke jacht
Lang geleden, in het gehucht Gremone bij San Giovanni di Polaveno, leefden de dorpelingen volgens de oude gewoontes. Na het werk op het land verzamelden ze zich ’s avonds onder de veranda’s van hun huizen. Terwijl de vrouwen bezig waren met hun huishoudelijke taken, praatten de mannen onder elkaar over oogst, weer en jacht.
Op een septemberavond, kort na het her openen van het jachtseizoen, zaten de dorpelingen bijeen toen plotseling de stilte werd verscheurd door geluiden uit het bos. Het begon zacht, maar kwam snel dichterbij: het onmiskenbare geblaf van een roedel honden, op jacht naar prooi. Boven het lawaai uit klonk de stem van een man, die de dieren aanmoedigde.
De boeren keken elkaar verbaasd aan. Wie zou er, zo laat op de avond, op jacht zijn? Het was geen uur om wild te vangen, en toch hoorden zij duidelijk de drukte van een hele jachtstoet. Terwijl ze in de schemering turenden, konden ze in de verte schaduwen onderscheiden die door de bomen trokken.
Gedreven door nieuwsgierigheid en misschien ook een zweem van moed, stond Antonio, een van de dorpelingen, op en riep luid naar het onzichtbare gezelschap:
“Hé jagers, kunnen jullie me horen?”
Tot zijn verbazing klonk er onmiddellijk een antwoord terug, donker en scherp uit het bos:
“Natuurlijk!”
Antonio grijnsde en riep verder:
“Als jullie een goede vangst hebben, breng me dan ook een deel!”
De stemmen stemden toe en de stoet trok al snel weg, opgeslokt door de duisternis van het woud. Kort daarna keerde de stilte terug, en de dorpelingen gingen naar hun bedden, het voorval nog half lachend en half bevreemd besprekend.
Maar toen de ochtend aanbrak, sloeg de luchtigheid om in huivering. Antonio, die zijn deur wilde openen om zijn dagelijkse bezigheden te beginnen, trof daar een aanblik die niemand zich had kunnen voorstellen. Vastgespijkerd aan de buitenkant van zijn deur hing een afgehakt menselijk been, nog druipend van bloed.
Vanaf die dag werd er in Gremone fluisterend gesproken over de Nachtelijke Jacht: een schaduwstoet die door de bossen trok wanneer de schemer viel, jagend niet op wild, maar op iets veel duisterders.
Bron: Madóra che póra! Storie e leggende della Valle Trompia




